Racegeheimen: een blik achter de schermen bij Castrol en Renault Sport

Castrol stuurde een ingenieursstudent naar een GP van Renault Sport Racing. Dit is zijn verhaal.

Je zou het de week van de ultieme werkervaring kunnen noemen. Voor Marcello D’Aprile – een 21-jarige ingenieursstudent aan het Londense Imperial College – paste een uitnodiging om een dag met het Renault Sport Formule 1-team door te brengen en Castrols Britse Technology Centre te bezoeken, perfect in het plaatje. Een uitgelezen kans om wat inside-informatie te rapen en meteen ook een mooie manier om indruk te maken op de docenten bij de start van het nieuwe schooljaar. Dat was echter niet alles. De laatste drie dagen van de week mocht hij samen met datzelfde Renault F1-team doorbrengen op de Grote Prijs van Groot-Brittannië. Petrolhead en F1-fan Marcello hapte dan ook meteen toe. 

En zo begon Marcello’s ‘beste week ooit’ met zijn bezoek aan het Renault Sport Formule 1-team. Renault is weer volop actief op het hoogste niveau van de motorsport, 40 jaar nadat het zijn eerste stappen zette in de F1, en dit seizoen werd Castrol aangekondigd als belangrijke technische partner van het team. Renault won zijn eerste Grote Prijs in 1979, bijna twintig jaar voor Marcello werd geboren, maar net drie jaar voor de pas afgestudeerde luchtvaartingenieur Bob Bell aan zijn eigen Formule 1-carrière begon. Vandaag is Bell Chief Technical Officer bij Renault Sport Racing. Hij heeft meer dan 35 jaar ervaring en een palmares waarop twee opeenvolgende wereldtitels prijken met Renault (en Fernando Alonso) in 2005 en 2006.

Hij is dan ook perfect geplaatst om toe te lichten waarom een technische partner als Castrol zo belangrijk is voor het succes van een team. “Castrol is een geweldige partner en maakt heel veel mogelijk”, zegt Bell. “In de Formule 1 zijn twee aspecten doorslaggevend: de betrouwbaarheid en de prestaties. Castrol is een sleutelpartner die ons de mogelijkheid biedt om op beide vlakken het nodige te doen om wedstrijden te winnen en punten te scoren.”

Dat is de visie van het team, maar om echt te begrijpen waarom Castrol zo zwaar investeert in het hoogste niveau van de motorsport, ging Marcello langs bij het Castrol Technology Centre in Pangbourne. Will Pickford, F1 Programme Manager bij Castrol, lichtte het standpunt van Bob Bell verder toe. “Het is eigenlijk eenvoudig. Door onze aanwezigheid in de Formule 1 verloopt de ontwikkeling van onze smeerstoffen veel sneller. De vereisten in deze sport zijn extreem en het tempo meedogenloos. Het hele seizoen lang is er gemiddeld om de twee weken een wedstrijd, en daartussen heb je nog de officiële tests. Op die manier krijg je onmiddellijk feedback en bovendien zijn we ook voortdurend met onderzoek en ontwikkeling bezig hier op onze eigen testlocatie en in de fabriek van het Renault Sport Formule 1-team. 

Door op die manier samen te werken met een belangrijke constructeur kunnen we het ontwikkelingstempo aanhouden dat voor ons essentieel is om de prestaties van onze smeermiddelen voortdurend te verbeteren. En uiteindelijk is dat natuurlijk onze doelstelling.” Seb Hirsz is Senior F1 Technologist in Pangbourne en speelt een cruciale rol in de ondersteuning van Renault Sport Racing dankzij de voortdurende evolutie van Castrols raceproducten. Hirsz gaf Marcello de nodige inzichten om Pickfords verhaal te illustreren. 

“Op het circuit leveren wij het team verschillende diensten. Renault Sport Formula One heeft de best mogelijke ondersteuning nodig voor optimale motorprestaties, en de Castrol-ingenieurs ter plaatse zorgen ook voor een grondige – en onmiddellijke – analyse van de motor tijdens elke Grote Prijs. De aanwezigheid van metalen in stalen die we nemen tijdens de oefensessies of de kwalificaties, kan bijvoorbeeld wijzen op een potentieel probleem, en zelfs een verlies aan vermogen verklaren. We doen dus veel meer dan enkel producten ontwikkelen.”

Hirsz zelf is vooral aan de slag in Pangbourne, waar hij kan rekenen op de vaardigheid en inzet van collega’s als Development Technician Jenna Hill. Hill produceert de eerste stalen van nieuwe formuleringen die Seb ontwikkelt op basis van de feedback van Renault Sport Racing en het Castrol-team op het circuit. Dit is de snelle ontwikkeling waarnaar Will Pickford verwijst, en de onderzoeksvisie achter de betrokkenheid van Castrol bij de Formule 1. 

Op het ogenblik dat Nico Hulkenberg vorige maand in Silverstone het beste resultaat van het seizoen neerzette voor Renault Sport Formula One (een zesde plaats, goed voor acht levensbelangrijke WK-punten), had de toekomstige ingenieur uit Milaan drie volle dagen achter de rug bij Renault, en kon hij even mijmeren over zijn ervaring. “Het mag dan mijn studierichting zijn, maar van nabij kennismaken met ‘extreme engineering’ heeft me echt de ogen geopend. Ik had geen idee wat een dergelijk technisch partnerschap inhield, maar nu ik met het team en met Castrol gesproken heb, begrijp ik het. Zonder deze gezamenlijke ontwikkeling zou er lang niet zo snel technische vooruitgang worden geboekt.” 

En achter Castrols streven naar perfectie schuilt de behoefte om diezelfde normen toe te passen voor elk product van de onderneming. Of het nu gaat om de ondersteuning van het Renault Sport Formule 1-team of het Castrol EDGE-product dat u – of uw favoriete garage – gebruikt, een dergelijk partnerschap is vandaag net zo relevant als toen Charles Wakefield de onderneming oprichtte.